Ongezien overheidsteamwork op zee!


De aanvaring tussen de Al Oraiq en de Flinterstar op 6 oktober 2015 betekende voor veel VLOOTvaartuigen een vliegende start. De ORKA en de ZEEHOND werden onmiddellijk ingezet voor de reddingsactie van de elf bemanningsleden en de loods aan boord van de Flinterstar. Diezelfde ochtend werden de TER STREEP en de ZEETIJGER in samenwerking met de collega's van het federale directoraat-generaal Leefmilieu en de Civiele Bescherming klaargemaakt en op zee gestuurd om de eerste olie te gaan vegen. Het ‘on scene’ coördineren van de oilspill werd de eerste dagen door Jan Tavernier (DG Leefmilieu) op zich genomen vanop de ZEETIJGER. Vanaf 10 oktober werd die functie aan een VLOOTbemanningslid op de ZEEHOND overgedragen, weliswaar met een 'open lijn' naar Jan Tavernier. De ZEETIJGER zorgde ondertussen voor de nodige bebakening van het wrak en bleef ter plaatse ter ondersteuning van de ZEEHOND en de CASTOR (Marine), die vanaf de eerste dag van de calamiteit de rol van ‘on scene commander’ op zich nam. De ORKA zorgde ondertussen voor verschillende transporten, zowel van additionele crew als van de experts, onder andere van de nautische commissie, die vanaf zaterdag 10 oktober belast werd met de organisatie en de coördinatie van de bergingswerkzaamheden. 

Zowel olie, luikpanelen als debris kwamen op verschillende momenten los van het schip. Telkens werd dit met de hoogste prioriteit geruimd in afspraak met de aangestelde bergingscombinatie. Vanuit de collega's van de Vlaamse hydrografie werden metingen rond het wrak geregeld. Ook het Zwin werd door de collega's van afdeling KUST in een recordtijd afgesloten en beveiligd.

Op woensdag 14 oktober besloot de nautische commissie in samenspraak met de betrokken overheden en na de nodige risicoanalyses, om de aanwezigheid van overheidsschepen terug te brengen tot twee vaartuigen. De ZEEHOND bleef op post, met aan boord de ‘on scene commander’ (collega van de Marine) en de ‘on scene coordinator milieu’ (VLOOTcollega die de olieveegoperaties aanstuurde in samenwerking met de experts van DG Leefmilieu en BMM, die onder andere op basis van vluchten en driftmodellen de milieurisico's bleven monitoren). De SPN-09, met haar SPN-VLOOT-bemanning was gedurende deze volledige periode quasi continu ter plaatse en bleef ook nu om de veiligheid van de werkzone te garanderen en de ZEEHOND bij te staan. Tijdens de bunkermomenten van de ZEEHOND stond de Marine paraat voor de tijdelijke vervanging met één van haar patrouilleurs.

De SIMON STEVIN die eerder al ingeschakeld werd om de hoogdringende eerste analyses te maken van eventuele bodemverontreiniging en de eventuele invloed van het ongeval op de visvangst en de kwaliteit van onder meer het garnalenbestand, voerde op zaterdag 31 oktober en zondag 1 november een tweede meting uit die uitsluitsel moest geven over de situatie net voor aanvang van de caretaking-periode. Met het demobiliseren van het laatste olieveegvaartuig en het afsluiten van de pompoperaties op de aan boord van het wrak aanwezige brandstoftanks, ging ondertussen deze nieuwe fase in. Ze zal lopen tot de opstart van de eigenlijke berging van het wrak. Enkele beelden vindt u hier. Zie ook de verslaggeving over het bezoek van 30 oktober 2015 van de federale overheid aan de gezonken Flinterstar via FOCUS en DE REDACTIE.

VLOOT kijkt tevreden terug op een nooit eerder gezien teamwork tussen de varende en de vliegende overheidspartners, federaal en Vlaams, zonder daarbij de andere overheidsdiensten, die vanop de wal hun rol als overheid nadrukkelijk opnamen, te vergeten. De job zal natuurlijk pas eindigen als de Flinterstar volledig geborgen is.

6-11-2015